|
In de jaren zeventig hield Stichting Kritisch Bosbeheer (www.nieuwe-wildernis.nl) een pleidooi voor het laten liggen van dood hout in de destijds grondig opgeruimde bossen. En niet zonder resultaat. Het gedachtegoed dat dood hout onmisbaar is binnen de natuurlijke kringloop is nu algemeen aanvaard. Dode dieren leiden echter nog steeds aan een slecht imago. Ze worden walgelijk gevonden en geassocieerd met besmettelijke ziekten. Ook de opruimers van dode dieren leiden onder dit imago. En dit terwijl de natuur een ingenieus systeem van opruimploegen van dode dieren kent. Opruimploegen die een mager bestaan leiden en eerherstel verdienen. Huidig beleidHet huidige natuurbeleid omzeilt een ontmoeting van het publiek met dode dieren. Wildlevende paarden en runderen in tal van Nederlandse natuurgebieden mogen er na hun dood niet blijven liggen. Ook ‘wilde dieren’ waaronder edelherten, reeën en wilde zwijnen, worden vaak verwijderd door ze af te schieten. Dieren die wél in de natuur achterblijven worden doorgaans buiten het zicht van de recreant gehouden. Met als gevolg een grote kloof tussen dode dieren in de natuur en de belevingswereld van de natuurrecreant. | ||
|
Ree krijgt bezoek van een steenmarter |
||
|
En dit terwijl een zeer diverse levensgemeenschap afhankelijk is van de natuurlijke recycling van dode dieren. Net als de aanwezigheid van dood hout in bossen, spechten en vliegende herten als gevolg heeft, dragen dode dieren in de natuur bij aan natuurbeleving. Met spectaculaire soorten als das, marter, vos, raaf, zeearend, zwarte wouw en gieren. En voor de oplettende speurder een ongekende diversiteit aan insecten en paddestoelen. Rijkdom voor de natuur dus, maar ook voor de recreant! Voor wie wil laat het proces van dood tot leven zich namelijk makkelijk observeren.
Staatsbosbeheer en ARK Natuurontwikkeling willen daarom gebieden creëren waar je als bezoeker dit proces kunt gadeslaan. Om zo het publiek langzaam vertrouwd te maken met de aanwezigheid van dode dieren in de natuur. | ||

