Levensgemeenschap
Wanneer dieren een natuurlijke dood sterven en kadavers in de natuur mogen blijven liggen, wordt de Nederlandse natuur weer een stuk completer. Een hele levensgemeenschap is ervan afhankelijk! Waaronder aaseters als raaf, zeearend, gier en tal van insecten. |
Vale gier in vlucht |
|
Wilde zwijnen |
De aanwezigheid van een dood dier is een makkelijke manier voor andere dieren om aan voedsel te komen. Dieren die bekend staan als roofdier ontpoppen zich ineens als aaseter (vos, das, wild zwijn, zwarte wouw, buizerd en marter). Naast deze grote dieren, leven tal van insecten van dode dieren, of zijn afhankelijk van de aanwezigheid van grote kadavers voor de voortplanting (zoals de aasoeverkever). Andere insecten en vogels als koolmees en spreeuw, eten op hun beurt deze insecten en hun larven. |
|
Schimmels en bacteriën zetten de laatste restjes kadaver om in de mineralen waaruit ze zijn opgebouwd. Hieronder zitten rasspecialisten, waaronder de hoefzwam die de afbraak van beenderen en hoeven op zich heeft genomen. Die mineralen komen uiteindelijk weer beschikbaar voor de levensgemeenschap. Met name op mineraalarme gronden (hogere zandgronden als de Veluwe) zijn botten een welkome bron van calcium en fosfor voor tal van dieren. |
Dood edelhert op de Veluwezoom |



