Tegenstrijdige wetgeving

 

 

De destructiewet verplicht tot het opruimen van dierkadavers van paarden en runderen. Hierbij wordt echter vergelijkbaar met het weghalen van (dood) hout een belangrijk deel aan voedingsstoffen onttrokken aan de natuur. Dieren met een wilde status (merel, egel, konijn, ree en edelhert) mogen na hun dood wel blijven liggen.

 

Dood heckrund

 

     Raven aan de eettafel (bron: opent in een nieuw venster www.wildernisfoto.nl)    

De diverse aasetergemeenschap van raven, aaskevers tot schimmels is afhankelijk van de constante aanwezigheid van grote dode dieren. Hier stuiten we op een tegenstrijdigheid in de wetgeving. De destructiewet verplicht tot het verwijderen van grote kadavers (paarden en runderen), terwijl de Flora- en Faunawet ons verplicht tot zorg voor de in het wild levende dieren, planten en afbraakorganismen (als onmisbaar onderdeel van de natuurlijke kringloop). De afwezigheid van grote kadavers heeft in het verleden geleid tot het vertrek uit Nederland van rode en zwarte wouw en raaf.

Ook heeft het grote gevolgen voor de broodwinning van schimmels, insecten, vogels en zoogdieren.