Leven na de dood, ook in het Zoniënwoud: deel 1

Hoe het kadaver van een ree een welgekomen maaltijd voor natuurlijke aaseters kan zijn.

 

Onderstaand dagboek is afkomstig uit een studie van Dirk Raes, boswachter van het Zoniënwoud, een 4000 hectare groot bosgebied ten zuiden van Brussel, België. Het 16 pagina's tellende verslag, rijkelijk voorzien van foto's, kunt u via deze opent in een nieuw venster link downloaden.

 

De auteur, Dirk Raes, heeft van zijn passie zijn beroep gemaakt. Hij is opgeleid als boswachter en heeft zowat 25 jaar ervaring met natuurlijk bosbeheer, maar ook in het begeleiden en ontwikkelen van natuuractiviteiten. Zijn werkgebied is het Zoniënwoud.

De “European colour-ring Birding” website betreffende het kleurringen van wilde vogels wordt gerund door Dirk.
Steeds verbeterend en vooruit kijkend, is hij nu gestart met een studie, inclusief de educatie, over dode dieren in het bos.
Contact per e-mail : raesdi@skynet.be

 

 

  << Vorig dagboek               ^               Volgend dagboek >>

Dag 1 : (vrijdag 20 juni 2008)
Te 14.20u. werd een dode reegeit langs een rijweg gevonden. Naar inschatting was het dier al enkele uren dood, de eerste vleesvliegen waren aanwezig en door de bacteriële werking had zich al gas opgehoopt in de buikholte.
De ree werd te 17.15u. op een voor het publiek afgesloten plaats (hier locatie A genoemd) gelegd. De omgeving is omheind, doch toegang voor ree, vos en andere dieren is mogelijk. Op de weide staan een groot paard en een pony.
Vooraf werd de ree gewogen, dit was 16,70kg. De omgevingstemperatuur was bijna 25°C.

 

 
Dag 2 : (zaterdag 21 juni 2008)

Twee zwarte kraaien komen om 11.30u. en om 16.15u. langs, wel niet in de binnencirkel. Ze bekijken de ree zonder veel interesse.

De vliegen zijn er nu volop. Volgende soorten, in volgorde van aantal, worden genoteerd: Groene Vleesvlieg, Grijze Vleesvlieg, Keizervlieg, Blauwe Vleesvlieg.

Omstreeks 21.43u. verschijnt een vos, naar avondlijke gewoonte rustig de weide afstruinend. Hij wordt echter opgeschrikt door mijn aanwezigheid buiten en rent via de westzijde van het rietveld richting locatie A.

 

Nog steeds voldoende licht om 22.18u. (het is namelijk de langste dag) en de eerste vos keert terug (na maximaal vijf minuten afwezigheid) met een tweede vos erbij. Uit het gedrag (wijze van urineren) blijkt dat de eerste vos, een relatief mager exemplaar t.o.v. de nieuwkomer én met een wit staartpuntje een wijfje is.
Even trekken beide vossen aan het karkas, waarbij dit meteen uit het zicht vanuit de waarnemingsplaats verdwijnt en dus een ietsje weg van locatie A. 

 

Dag 3 : (zondag 22 juni 2008)
06.00u.: het gekras van de zwarte kraaien duiden op aanwezigheid van een vos. Bij een kijkje vanuit de waarnemingsplaats blijkt het reekadaver verdwenen te zijn van locatie A.

Na een kleine zoektocht blijkt wat er rest van het kadaver op ongeveer 24m. van locatie A te liggen, dit richting bosrand. We noemen dit locatie B.

 
Rond 14.30u. verschijnt voor een 10-tal minuten een vos (duidelijk niet het moertje) die nu enkele kleinere resten oppeuzelt. Hij benadert het kadaver (nu terug op locatie A) zeer behoedzaam, doch komt niet in de binnencirkel en gaat er ook niet van eten. Op 10m. van het kadaver gaat deze vos liggen. Twee zwarte kraaien komen het tafereel gadeslaan.

Om 21.46u. volgt andermaal een ronde met zeer regelmatig terreinmarkeringen. De vos komt nu direct naar de resten van het feestmaal (op 9m. van locatie A) en eet alles op.

 
  
Dag 4 : (maandag 23 juni 2008)

Het kadaver werd verder aangevreten: het achterlijf, bekken, de onderruggengraat en beide achterpoten zijn nu volledig verdwenen.

 
Dag 5 : (dinsdag 24 juni 2008)

Er is duidelijk niet meer getrokken aan het kadaver, echter het vliegenmaden stadium is nu volop aangebroken. Alles ‘beweegt’ volop.
De krioelende massa vliegenmaden zorgt voor warmte en vochtigheid en regelmatig stijgen kleine wolkjes op uit het kadaver tijdens deze koele morgen.

De eerste kevers worden ook opgemerkt. Het betreft hier de Gestreepte spiegelkever (Saprinus semistriatus), een zeer algemene soort in de groep van de Histeridae (Coleoptera).

 

Dag 6 : (woensdag 25 juni 2008)
De dag begint goed, de levende reegeit is terug op de weide.
Verder is het ook vliegenmaden dag, ze zijn ook al vroeg uit de veren. Opvallend is nu de huid die zwart, leerachtig wordt.

 

 
Naast de Gestreepte spiegelkever nu ook een ander familielid nl. Hister cadaverinus (Margarinotus brunneus).
Zij hebben een ‘luizenleven’ tussen deze maden, je ziet ze maar om zich heen grijpen.
Ook Doodgravers en Aaskevers zijn nu aangekomen.
Verder ook Aaskever (Necrodes littoralis) en twee exemplaren van de grote familie van de Kortschildkevers.
Verder twee ex. van de Stinkzwamaaskever, ook wel Oranje aaskever genoemd (Oiceoptoma thoracicum) en een andere nog niet gedetermineerd aaskevertje, allen wel op de resten waargenomen.

Wat betreft de vliegen, deze zijn nu talrijk. De stalvlieg, de Keizersvlieg, de Kamervlieg en Grijze Vleesvlieg en uiteraard de Groene Vleesvlieg.

 

Dag 14 : (donderdag 3 juli 2008)
De kop is verdwenen en wellicht zal het niet lang duren of de rest van het lichaam zal ook weggesleept worden.
De maden zijn nu niet meer aanwezig en ook zeer weinig kevers vallen er nog te bespeuren.
Omstreeks 21.50u. komen twee vossen tegelijk langs, doch ze vertonen geen enkele interesse meer. Wel markeren ze het terrein regelmatig.  

 

Dag 16 : (zaterdag 5 juli 2008)
Wat gedacht werd kwam vroeger uit dan verwacht: de rest van het lichaam is verdwenen.
Na een weinig zoekwerk werd één afgeknaagde poot gevonden op 19m. zuidwest van locatie A (zie op kaart punt D) en een stuk van de ruggengraat op 8m. zuidwest van locatie A (zie op kaart punt C).
Al de rest is verdwenen. Het onderzoek is ten einde.

 

 
Conclusie en doelstelling
Totaal onverwacht werd op 20 juni 2008 een verkeersslachtoffer reegeit aangeboden.
De hoge temperaturen en vochtigheidsgraad samen met het licht (de ree lag op een open ruimte) hebben er voor gezorgd dat het afbraakproces sneller dan verwacht heeft plaats gevonden. De tussenkomst van de vossen heeft dit alleen nog maar versneld. Voor vliegen en aaskevers kwam dit alleen maar ten goede.
Duidelijk is dat de aanwezigheid van grotere aaseters een afbraakproces kan versnellen.

Deze studie wordt verder gezet en dit met o.a. de inzet van digitale trail camera’s ook wel fotoval genoemd.

Tijdens het najaar 2008 wordt een educatieve voordracht alsook veldexcursies in verband met dit onderwerp georganiseerd.

 
  << Vorig dagboek               ^               Volgend dagboek >>